woensdag 16 juni 2010

18 Catalogiseer je boekenkast met LibraryThing

Delen van de virtuele boekenkast via de online ‘generale catalogus’ op de website van ‘LibraryThing’. Bibliofielen met een vergelijkbare smaak kunnen elkaar vinden dankzij deze site. Fijn toch dat internet boekliefhebbers bijeen kan brengen! Het aanbieden van de digitale catalogus van de eigen boekerij is een van de vele manieren om in contact te komen met liefhebbers van gelijksoortige werken. Ontmoetingen konden al eerder plaatsvinden bij het bezoeken van voordrachten van auteurs, literaire cafés en kringen, exposities van Koninklijke Bibliotheek en Nederlands Letterkundig Museum en meer (zie hierna). Met de site mijnboekenplank.nl kan de ‘selfmade bibliothecaris’ gebruikmaken van de faciliteiten van de Nederlandse Bibliotheek Dienst bij het catalogiseren en uitbreiden van het eigen boekenbezit.

De persoonlijke bibliotheek anno nu bevat niet alleen maar eBook downloads. Er klinken wel eens sombere geluiden over afnemende belangstelling voor het papieren boek. Het eBook hoeft ondanks grote aantallen opgeslagen pagina’s maar zo weinig ruimte in te nemen! Een Noord-Hollandse stadsdichter vroeg zich nog niet lang geleden op rijm af, of hij zich in de sterk veranderende maatschappij voor zijn boekenkast - gevuld met louter papieren boeken - moest gaan schamen. Om het kijkerspubliek van actualiteitenrubriek ‘Netwerk’ wakker te schudden. Opdat we nu ook weer niet overdrijven, in onze digitaliseringsdrift.

Maar algehele somberheid op dit punt is onnodig, volgens de recensie van het boek van de week Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie (verschenen bij Vantilt) in de NRC van afgelopen 4 juni. In deze beoordeling van het nieuwe boek van emeritus hoogleraar en boekverzamelaar dr. Piet J. Buijnsters is sprake van het verzamelen van papieren boeken dat stug wordt voortgezet. Het eBook heeft zijn papieren vader nog niet verdrongen. Antiquariaten die tijdig online zijn gegaan doen goede zaken, over de hele wereld. De speurende boekliefhebber vindt de drukken via google of books.google.com, digitaal en fysiek.

De deelnemer aan ‘23 Dingen’ werkzaam in het archiefwezen zal gauw geneigd zijn te denken aan de kansen van ‘LibraryThing’ voor de eigen werkkring. Het enige wat de archiefmedewerker in ‘LibraryThing’ zal zien, is wellicht een aanleiding tot promotie van het materiaal dat hij/zij in huis heeft: Het onder de aandacht brengen van de archiefstukken van en over literatoren in de eigen depots, dan wel de papieren neerslag van bevlogen literatuurliefhebbers en volksverheffers die nutsbibliotheken beheerden.

‘LibraryThing’ zal ongetwijfeld in een behoefte voorzien. Hoe aangenaam is het gekoesterd boekenbezit professioneel toegankelijk te kunnen maken! De medewerker van de archiefinstelling weet het. Maar voor ontmoeting met verwante boekliefhebbers lijkt de site geen noodzakelijkheid. Voor de gespecialiseerde liefhebbers bestaan, zoals gezegd, immers al heel lang locaties en gezelschappen waarin deze personen elkaar vinden, in West-Europa en ver daarbuiten. Ze kunnen sinds de eerste helft van de vorige eeuw lid worden van letterkundige kringen rondom een schrijver, al enige tijd eenvoudig te traceren door het bestaan van bijbehorende websites. Ter illustratie en afsluiting van het onderdeel virtuele boekenkast een willekeurige selectie van literaire sites en mijn tekst van een webartikel over een ondernemende neef van schrijfster Betje Wolff (1738-1804) uit Vlissingen dat tot voor kort op zeeuwsarchief.nl stond:


Nederland

http://www.godfriedbomans.nl/

http://www.louiscouperus.nl/

http://www.multatuli-museum.nl/


België

http://www.lpboon.net/ (Louis Paul Boon)

http://www.hubertlampogenootschap.org/

http://www.streuvels.be/ (Stijn Streuvels)


Duitsland

http://www.goethe-gesellschaft.de/

http://www.dla-marbach.de/ (Schiller)

http://www.kafka-gesellschaft.de/


Engeland

http://www.janeaustensoci.freeuk.com/

http://dickensquarterly.org/

http://www.shakespearesociety.org/


Frankrijk

http://www.dumaspere.com/ (Alexandre Dumas)

http://www.victorhugo.asso.fr/

http://www.cahiers-naturalistes.com/ (Emile Zola)


[webartikel geplaatst in 2007 in verband met het na te noemen grensoverschrijdende ontsluitingsproject van de Koninklijke Bibliotheek, het Nationaal Archief en de Universiteit Leiden:]

DE NEEF VAN BETJE WOLFF EN DE AFRIKAANSE ACACIA

Sinds 6 juni 2007 is de database van het project Sailing Letters van de Koninklijke Bibliotheek beschikbaar. De aanzienlijke hoeveelheid nu globaal toegankelijke documenten bevindt zich bij The National Archives in Londen. Deze in Nederland nagenoeg onbekende bron is van groot belang voor onderzoek van de maritieme geschiedenis, het koloniale verleden en andere aspecten van de geschiedenis van de vroegere Republiek. Ook voor de beoefening van familiegeschiedenis is het een bijzondere bron, omdat deze bestaat uit duizenden persoonlijke brieven die tezamen een uniek beeld geven van het dagelijkse leven van zeelieden en het thuisfront over een periode van ruim twee eeuwen. De database verwijst naar een groot aantal brieven en andere documenten van inwoners van de Republiek in binnen- en buitenland, onder wie vele Zeeuwen. Het komende jaar kan de database worden uitgebreid doordat op 13 juni subsidie is toegekend door het Bureau Metamorfoze - dat uitvoering geeft aan het Nationaal Programma voor het Behoud van het Papieren Erfgoed - om een selectie van de brieven te conserveren en te digitaliseren.

Of het Nederlandse verleden leeft onder de mensen? Het antwoord is ja, zelfs in letterlijke zin: de plant gesproten uit een ruim twee eeuwen oud acaciazaadje afkomstig uit de papieren wikkels tussen de geschriften van een Vlissingse verwant van de achttiende-eeuwse schrijfster Betje Wolff, wordt heden gekoesterd in een Engelse broeikas!]

NRC Handelsblad en andere binnen- en buitenlandse media schonken september vorig jaar [2006] aandacht aan de ontkieming van een ruim tweehonderd jaar in Britse archiefbewaarplaatsen bewaarde Afrikaanse zaadkorrel. In een van de kassen van de Royal Botanic Gardens op Wakehurst Place (West Sussex, Eng.) werd de bruine korrel uit de peul van een nog niet te herkennen acaciasoort, dankzij de grootst mogelijke zorg uit zijn lange sluimering gewekt. Het frisgroene, moedig ontsproten plantje groeit nu dat het een lieve lust is. Wetenschappelijk beschouwd is de ontkieming een belangrijke gebeurtenis, omdat de ouderdom van de korrel zo goed valt te bepalen. Ook konden deskundigen, in de speciaal geklimatologiseerde ruimte, het proces van planten tot wordingsuur volgen.

De korrel acaciazaad en zaden van meer dan dertig andere plantensoorten in papieren wikkels, bevonden zich samen met een scheepsjournaal en andere documenten in een rode marokijnse portefeuille (Sailing Letters database HCA32-1048-2). Op de brieventas staat in goud de naam van de Vlissingse opperkoopman in dienst van de opvolgster van de VOC Jan Bekker Teerlink (1759-wsch. na 1828). Een en ander maakte deel uit van de buit geroofd van Nederlandse koopvaardijschepen door hiertoe van overheidswege gemachtigde Britse kapers in de Bataafse Tijd (1795-1806). Duizenden in deze periode en in de voorgaande Engelse oorlogen buitgemaakte Nederlandse brieven (zeepost), scheeps- en vrachtdocumenten en stukken van opvarenden, zijn door gecertificeerde zeerovers buitgemaakt. Een substantieel aantal is afkomstig van Zeeuwse afzenders. In Engeland bleven de geschriften bewaard. Deze bevinden zich in het archief van de High Court of Admiralty, dat tegenwoordig bij The National Archives in Londen berust. Historicus en journalist dr. Roelof van Gelder maakte voor de Koninklijke Bibliotheek een eerste inventarisatie en kwam op een aantal van ruim 38.000 Nederlandse brieven en andere documenten, waarvan ca. 16.000 van persoonlijke aard.

Combinatie van het eerste deel van de dubbele familienaam van de opperkoopman en zijn woonplaats, deden vorig jaar het vermoeden rijzen van verwantschap met de achttiende-eeuwse schrijfster Elisabeth Wolff-Bekker (1738-1804) uit Vlissingen. Enig nader onderzoek in Sailing Letters-database en literatuur leerde al snel dat Jan Bekker Teerlink, geboren uit het huwelijk van Betjes oudere zuster Christina Bekker met de Vlissingse apotheker Joris Teerlink, een van de coryfeeën van de Nederlandse literatuur zijn tante kon noemen! Neef Jan was met geslachtsnaam en al vernoemd naar zijn grootvader moederskant: de Vlissingse makelaar in kruiden en specerijen Jan Bekker sr. (1694-1783), Betjes vader. De schrijfster zegt in een van haar brieven dat zij veel houdt van haar neef, een volgens haar “rondsom eerlijk” man. Bij zijn vertrek voor weer een grote zeereis, moet zij dan ook onbedaarlijk hebben gehuild. Van Teerlink berust in de door het Zeeuws Archief beheerde collectie Van Gote (toegang 390 inv.nr. 3) een brief door hem geschreven op eerste kerstdag 1791 vanaf de Nederlandse factorij in de Chinese stad Ghuangzhou (Kanton). Deze was gesloten met een rood lakzegel dat een familiewapen met vier kwartieren toont, waarvan de twee met een met vijfpuntige sterren beladen keper, klaverbladen en rozenkrans verwijzen naar de gemeenschappelijke voorouders Bekker van Jan en Betje. Dit tot nu toe onbekende familiewapen van de Vlissingse Bekkers blijkt eveneens afgebeeld te zijn op de kopergravure met de wapens van de Zeeuwse ‘edele en aensienelijke geslachten’ in de Nieuwe Cronyk van Zeeland van Mattheus Smallegange (1700).
Jans zuster, Johanna Laurentia Teerlink (‘Jansje Teerling’), was het pleegkind van de schrijfster dat rijkelijk voorkomt in de brieven van Betje en haar levensgezellin auteur Agatha Deken. Het meisje woonde in de jaren tachtig op het Beverwijkse buitentje Lommerlust bij Betje en Aagje. Het waren Jansje en haar echtgenoot die de schrijfsters opvingen, na negen jaar ballingschap in Frankrijk als gevolg van hun patriottische sympathieën. Jansje was op 5 november 1804 ook aanwezig toen Betje na een lange ziekteperiode te Den Haag overleed.

Schrijfster Elisabeth Wolff-Bekker heeft vanaf haar jeugd op Altijd wel bij kasteel en kerk van West-Souburg, grote delen van haar leven op buitenplaatsen doorgebracht, zelfs als balling in Bourgondië nog. De brieven en publicaties van Betje, ‘dichtres der schoone natuur’, geven blijk van vroege belangstelling voor natuur en de tuinkunst. Neef Jan Bekker Teerlink, de verzamelaar van genoemde zaden die in de jaren twintig van de negentiende eeuw een wijngaard en tuin in de omgeving van Bordeaux bezat, had zijn interesse voor het plantenrijk wellicht met zijn beroemde tante gemeen.


[zie voor nóg meer informatie bijbehorend tijdschriftartikel december 2007: http://www.tuinenstichting.nl/pages/view/verschenen-artikelen-in-het-tu/]

1 opmerking: